Mijn zoon zit in groep drie. Hij is aan het begin van dit schooljaar begonnen met taal en rekenen, met lezen en schrijven. Trots kwam hij in de eerste week thuis. ‘Papa, ik heb mijn eerste woordje geschreven: ik.’
Ik dacht dat de grond onder mijn voeten wegsloeg. Is het een wonder dat als je om je heenkijkt de samenleving sterk individualiseert? Kinderen van zes jaar krijgen het al met de paplepel ingegoten.
Ik hoor u denken: wat heeft het een met het ander te maken? Of: zo’n vaart zal het toch niet lopen? Misschien zie ik beren op de weg, maar misschien ook niet. Want bij beren moet ik denken aan Yogi en bij Yogi aan spirituele ontwikkeling.
Oké, ik zal weer even jouw vraag stellen: wat heeft spirituele ontwikkeling te maken met het schrijven van het woord ik? Alles.
Als ik mijn eigen spirituele ontwikkeling als meetlatje neem, dan heb ik en doe ik heel veel moeite om de weg terug af te leggen van het afgescheiden ik naar verbinding en eenheid. Om zodoende het ego definitief achter mij te laten.
Na het verhaal van mijn zoon reed ik op de fiets naar de boerenmarkt in Utrecht. Wie schetst mijn verbazing toen ik bovenop een gebouw een reusachtig groot IK-kunstwerk zag, gemaakt van staaldraad.
Natuurlijk had ik het ooit eerder gezien, maar waarschijnlijk verdrongen om met Sigmund Freud spreken. Maar ik was ook ontdaan. Overal was het ik ineens. Overal. En ook zo zichtbaar. Als Het Groot Niet Te Vermijden Dans en Show Orkest stuitte het mij tegen de borst.
Rustig blijven, dacht ik, gewoon een praatje maken met de bakker. En passant vroeg ik hem: weet je dat er een reusachtig grote IK op het gebouw naast de Inktpot staat? Waarschijnlijk een grapje van de kunstenaar, antwoordde hij.
Grapje? ik moest meer denken aan een complot. Op school worden de kinderen vanaf jonge leeftijd gekneed, maar ook op straat zijn wij niet meer veilig. Dat zijn geen grappen.
Spirituele stromingen die met pure non-dualiteit het ego kalt stellen, praten niet meer van de waarnemer en datgene wat wordt waargenomen. Zij spreken slechts van eenheid waarin geen enkele ruimte wordt gelaten voor individualiteit. Dat woord bestaat niet voor niets uit individu en dualiteit.
Deze dualiteit, dus de afgescheidenheid van de eenheid waar onze sterk geïndividualiseerde samenleving voor staat, zorgt voor heel veel problemen. Zorgt voor competitie, zorgt voor top- en underdog, zorgt voor voedsel-, olie- en kredietcrisis en een kwijnende planeet.
Is de verbinding er daarentegen wel, dan geldt direct wat jij niet wilt dat jou geschiedt doe dat ook een ander niet. Heeft iemand honger? Dan deel jij je maaltijd. Heeft iemand dorst? Dan geef jij hem te drinken.
Dat wordt wel erg gristelijk denken sommigen op dit punt. Klopt. Delen vanwege onze ondeelbare natuur, en dan heb ik het niet eens over broden en vissen, heeft een sterke bijbelse lading. Maar daar is niets mis mee. Als je in staat bent om daar doorheen te kijken en je te verbinden met de onderliggende betekenis.
Weet je trouwens hoeveel keer ik in dit stukje het woord ik heb gebruikt?
27 keer.
Deze column is eerder verschenen in Educare nr.1/2009.
0 Reacties tot “Ik”